Vissen vanaf de kant op roofvis

Vanaf de kant zullen we zowel op witvis als op roofvis vissen. Roofvissen zoals snoek, baars, snoekbaars, roofblei en in zekere zin ook winde, jagen op witvis, maar ze eten elkaar ook erg graag. Snoek is bijvoorbeeld gek op baars.

Snoeken kunnen we het hele jaar door in de polder vangen met hooglopend kunstaas of met een dode aasvis.

Snoekbaars vang je vanaf de kant vooral in de lente en de zomer. In deze periode zitten ze vaak dicht bij de kant. Op plekken waar het aan de kant meteen al diep is (bijvoorbeeld bij damwanden) kan je ze vertikalend vangen. Omdat je nu niet vanaf de boot maar vanaf de kant vist, wordt dat ook wel kantikalend genoemd.

Op plekken waar het aan de kant ondiep is kun je diagonalend (ook wel werpend genoemd) vissen: je gooit je shad in en wacht tot hij op de bodem ligt. Vervolgens tik je de shad van de bodem en wacht weer tot de shad op de bodem ligt, zo vis je de shad van diep naar ondiep naar je toe, waarbij je shad een schuine lijn aflegt (vandaar de term diagonalen). De snoekbaars hiernaast werd diagonalend gevangen.

Met het oog op duurzaamheid mag je op roofvis niet het hele jaar door vissen. Van 1 april tot het laatste weekend van mei is het paaitijd en wordt de roofvis met rust gelaten. Uiteraard organiseer ik in deze periode geen roofvistripjes. Zie ook gesloten tijd, de èchte betekenis voor als je hier meer over wilt weten.